Geschiedenis Protestantisme

Gennep/Noord-Limburg

Hervormers 16e Eeuw

Gennep en de Reformatie

John Wycliff

(1320 -1384)

 

John WycliffJohn Wycliff werd rond 1320 geboren in Hipswell, een klein dorp in het noorden van Yorkshire in Engeland. Na zijn lagere- en middelbare schooljaren studeerde hij filosofie en theologie in Oxford. Bepalend voor zijn latere opvattingen waren het contact met de aartsbisschop van Canterbury Thomas Bradwardine en de pestepidemie die in 1348 Engeland bereikte. Thomas Bradwardine had een commentaar geschreven over de Britse monnik Pelagius (5e eeuw na Christus), die vrije wil predikte en erfzonde en uitverkiezing verwierp. Dat was recht tegen de opvatting van kerkvader Augustinus die ervan uitging dat een mens van oorsprong zondig is en alleen door de genade van God tot goede werken in staat is.

 

De pest die vanaf 1348 in Engeland woedde werd gezien als de straf van God voor de zondige mens. De sterfte aan pest onder de priesters en studenten was erg hoog. Vaak waren degenen die de priesters vervingen onopgeleid en onbekwaam. Rivaliteit, ruzies, omkoperij om baantjes in de kerk te krijgen, de rijkdom en invloed van de clerus op de politiek waren voor John tekenen aan de wand. Hij geloofde in die tijd dat het einde der tijden nPest in Londenabij was.

 

In de jaren daarna werd Wycliff hoogleraar theologie in Oxford. Hij stelde dat de Bijbel de enige richtlijn in het leven was, dat de relatie God - mens persoonlijk is en dat God de enige is die genade kan uitdelen aan de zondige mens. Voor hem betekende dat vanzelfsprekend dat priesters dat niet konden doen. Dat bracht hem het eerste conflict met de bestaande clerus.

Voor hem was de Kerk de gemeenschap van mensen die naar Gods woord in de Bijbel leefden en niet het instituut dat bestuurd werd door een paus en geestelijken die de pretentie hadden te heersen over allen, wereldlijke macht hadden en zich met de politiek bemoeiden. Dat noemde hij onchristelijk en voor hem was de paus de antichrist. De aflaathandel vond hij goddeloos, die was in strijd met zijn overtuiging dat alleen God kon vergeven en genade schenken. De kerk mocht volgens hem ook geen bezit hebben. Wat zij bezat moest aan de oorspronkelijke eigenaren worden terug gegeven. Dat leverde hem heel wat vrienden onder de rijke adel en grootgrondbezitters op. Dat werd hem echter niet in dank afgenomen door de geestelijkheid.

 

Uiteraard verwoordde Wycliff zijn opvattingen in diverse boeken. Gesprekken met paus Gregorius XI in 1377 die zijn 'dwalingen' ketters vond en hem wilde dwingen zijn boeken te herroepen, liepen op niets uit.

Wycliff ginOxford universiteitg nog verder en veroordeelde het celibaat, de betalingen bij boetedoening in de kerk, het bidden tot heiligen en pelgrimages naar 'heilige' plaatsen. Hij vond daarvoor geen grond in de Bijbel. In die zin was hij een voorloper van Luther en Calvijn.

Wycliff vond dat de Bijbel toegankelijk moest zijn voor iedereen en vertaalde daarop de Bijbel in het Engels.

 

In 1378 werd Wycliff verbannen uit Oxford en daarna werd hij 34door paus Urbanus VI gesommeerd naar Rome te komen om te verschijnen voor een kerkelijke rechtbank. Wycliff bijbelWegens zijn slechte gezondheid is Wycliff niet naar Rome gegaan. Vier jaar later werd hij door een Synode in Londen als ketter veroordeeld tot de doodstraf op de brandstapel. Invloedrijke vrienden konden de uitvoering daarvan verhinderen. In 1384 stierf Wycliff een natuurlijke dood en werd begraven in Lutterworth, een dorp in Leicestershire.

Zijn boeken werden verboden en veel van zijn werk is zelfs publiekelijk verbrand. Ruim 30 jaar later, in 1415, veroordeelde het Concilie van Konstanz hem als ketter en gaf opdracht zijn stoffelijk overschot op te graven en alsnog te verbranden. Dat gebeurde tenslotte in 1428. De as werd in de rivier gestrooid.

Verbranding wycliffs resten