Geschiedenis Protestantisme

Gennep/Noord-Limburg

Hervormers 16e Eeuw

Gennep en de Reformatie

Franciscus van Assisi

In 1181 (100 jaar na Norbertus) werd Franciscus van Assisi geboren, zoon van een welgestelde lakenkoopman. Over zijn jeugd is weinig bekend. Er zijn verhalen dat hij een feestnummer was, veel geld uitgaf, maar mogelijk zijn die aangedikt om de bekering van losbol naar barmhartige Samaritaan meer te accentueren. Waarschijnlijker is dat hij een heel gewone jongeman was en gemakkelijk in de omgang, want zijn vader stuurde hem diverse keren naar Frankrijk om handel te drijven. Hij was ook creatief en muzikaal, speelde en zong als troubadour.

Franciscus groeide op in een wereld waarin oorlogen en de kruistochten een belangrijke rol speelden. In 1189 riep paus Clemens III op tot de derde kruistocht. Meegaan met een kruistocht beloofde heel wat: rijke buit, land, macht en algehele aflaat van begane en nog te begane zonden. De kosten van de kruistochten werden opgebracht door de deelnemers zelf, die extra belasting aan de bevolking oplegden. De eerste twee waren eigenlijk mislukt: bij de eerste kruistocht hadden slechts 10.000 van de 100.000 deelnemers Jeruzalem bereikt. Zij slachtten bij de inname van de stad 20.000 joden en moslims af, maar het aanvankelijk veroverde gebied viel later weer in islamitische handen. De tweede kruistocht mislukte eveneens.

KruistochtDe derde kruistocht werd aangevoerd door de Engelse- en Franse koningen en de Duitse keizer. De laatste verongelukte onderweg, de Franse koning liet de Engelse koning in de steek en generaal Saladin, de islamitische sultan van Egypte en Syrië, bleef de ongeslagen bezetter van Jeruzalem. Het enige wat de Engelse koning Richard Leeuwenhart wist te bereiken was vrije toegang tot heilige plaatsen voor pelgrims, iets wat vóór de kruistochten al regel was.

In Europa zelf was het ook geen pais en vree. Machthebbers in Frankrijk, Engeland, Italië, Duitsland, Scandinavië, Nederland en de Balkan streden om land, opvolging en rechten. De paus voerde in Zuid-Frankrijk slag met de Katharen.


Kennelijk hoorde oorlog bij de dagelijkse dingen, zo ook voor de jonge Franciscus. Als 21-jarige soldaat vocht hij mee in de oorlog tussen de provincie Perugia en de vrijstad Assisi in de hoop daarmee zijn "ridderslag" te verdienen. Hij werd in 1202 gevangen genomen, kwam na een jaar gevangenschap ziek en vermagerd thuis en werd lange tijd opgenomen in het ziekenhuis. De zorg en barmhartigheid waarmee zieken, melaatsen, gehandicapten, oorlogsslachtoffers en andere, vooral arme, hulpeloze mensen door de hospitaalzusters en - broeders werden omringd, maakten diepe indruk op Franciscus.

 

Franciscus zorgtToen hij genezen werd verklaard in 1205 was hij vast van plan weer in het leger te gaan, nu dat van de hertog van Apulië. Onderweg in Spoleto, 60 km ten zuiden van Assisi, hoorde hij een stem in een droom die hem zei dat zijn bestemming in Assisi lag. Oorlog, geweld, roem en ridderslag leken ineens ver weg en zinloos. Zijn Bijbel vertelde hem dat wie Jezus, de Zoon van God, echt wil volgen zich moet bekommeren om de armen, gebrekkigen en zieken (Matteüs 16 en 19; Lucas 9). Franciscus wist op dat moment dat hij "geroepen" was.

 

Na een periode van meditatie trok Franciscus in 1205 het boetekleed aan, reisde rond als bedelmonnik, deelde alles wat hij had met de armen, verzorgde melaatsen, hielp dorpelingen hun kerkjes te herstellen die door aardbevingen waren beschadigd en ging voor in gebed. Vrij snel had hij enkele volgelingen, hoog opgeleid en van rijke afkomst, die zich bij zijn leefwijze aansloten. Bedelmonnik Twee aan twee trokken ze als wandel-predikers door Italië en Frankrijk en stelden de sociale- en kerkelijke misstanden aan de kaak. Hun boodschap was het volgen van Jezus in armoede, in eenvoud en liefde voor medeschepselen. Dat hield in: alle bezittingen aan de armen geven, het accepteren van elkaars persoonlijke gaven en talenten, het delen van leven en werk met elkaar en blij zijn met Gods schepping. Dat betekende ook: tevreden zijn met het broodnodige, streven naar vrede, geweldloosheid, eensgezindheid, respect, tolerantie, vrijheid van meningsuiting en dialoog met andersdenkenden.

 

Het is een wonder dat Franciscus niet als ketter is vervolgd. Zijn boodschap stond recht tegenover de opvatting van de rijke, hiërarchische en machtige kerk, die zich vooral met oorlog, bezit en macht bezig hield.
Kapelletje FranciscusIn 1208 kreeg Franciscus een kapelletje (Portiuncola) dat hij zelf had herbouwd in het bos van Assisi in bruikleen om dit als centrum van zijn nieuwe beweging te maken.
Binnen enkele jaren groeide de groep uit tot een paar duizend en werden ook vrouwen tot zijn leefwijze aangetrokken. De bekendste was Clara van Assisi, dochter van een rijke adellijke familie die zich in 1212 bij de groep van Franciscus voegde. Zij stichtte later de orde van de clarissen naar voorbeeld van de franciscanen, ook wel minderbroeders genoemd.

 

 

In 2018 werd het eerste franciscaner klooster gebouwd in de bossen van Monteluco, niet ver van Spoleto in Umbria. De kloostercellen zijn sober en klein (lxbxh = 2x2,5x1,6m), hebben planken als matras en een steen als kussen. Boven elke cel staat een spreuk uit de Zaligsprekingen en in de gang hangt een eigen-geschreven brief van Franciscus.

De franciscanen en clarissen trokken door heel Europa om hun leer van armoede, barmhartigheid en liefde te verkondigen. Franciscus ging met zijn boodschap van vrede en dialoog zelfs zo ver dat hij meetrok met de kruisvaarders tijdens de vijfde kruistocht in 1219 op een persoonlijke vredesmissie naar de sultan van Damiate.
Franciscus geloofde dat God zich ook in het leven van moslims manifesteert en de bron is van het goede in hun leven. Deze opvatting vormde de basis voor de dialoog tussen hem en de sultan in de hoop in vrede samen te kunnen werken aan een nieuwe wereld. Franciscus heeft zijn ervaringen en visie over een respectvolle omgang met moslims opgeschreven in een hoofdstuk van zijn Leefregel. De Leefregel is de beschrijving van de orderegels van de franciscaner Broederschap die in 1223 door de paus werd goedgekeurd.

Behalve zijn regels schreef Franciscus veel brieven, testamenten, gebeden, lofprijzingen en wijsheden. Hij componeerde psalmen en liederen, waarvan het Zonnelied heel bekend is.
Franciscus preekte in de volkstaal en boeide daarmee vooral de gewone bevolking omdat hij voorbeelden uit het dagelijks leven gebruikte om zijn woorden te verduidelijken. Aan hem hebben we de kerststal te danken. Om te laten zien onder welke armelijke omstandigheden Jezus was geboren, liet hij in 1223 door een lokale boer in een grot een lege voerbak met stro, een levende os en een ezel plaatsen. Medebroeders en dorpsbewoners kwamen 's nachts om samen de nachtmis mee te maken. Franciscus zong en preekte en vierde met allen de eucharistie rond de kribbe. Dat maakte diepe indruk.
Franciscus is niet oud geworden, hij stierf op 3 oktober 1226, 45 jaar oud en werd begraven in Assisi.

Franciscus vond wereldwijd veel navolging. In het hertogdom Kleef en het aangrenzende hertogdom Gelre verschenen de eerste kloosters al kort na zijn dood: in Neuss, Duisburg, Dortmund, stad Kleef, 's Hertogenbosch en Nijmegen. In 1274 waren er 35.000 franciscanen verspreid over heel Europa. Tegenwoordig zijn er wereldwijd nog 13.500 franciscanen en 20.000 clarissen. Heel veel ziekenhuizen over de hele wereld dragen de naam van Franciscus.
In de kapel van Landgoed Roepaen in Ottersum is een glas-in-lood raam gewijd aan Franciscus, waarop hij staat afgebeeld als de nederige natuurvriend. Dat was hij zeker, maar hij was ook veel meer.