Protestantse Gemeente

Gennep en omstreken

antependium rood.jpgbouwplaat.jpgklok met inscriptie 1.gifvoorzijde.jpgbegraafplaats.gifantependium groen.jpgengel.jpgantependium wit 1a.jpgantependium paars.jpgopen deur.jpgpreekstoel.jpgzegel Julien.giforgel.jpghugenoten.jpghaan.jpgbijbel.gifgraftegel.jpgtoren.gif

Interieur

Interieur

interieur 15a 

Het interieur van de kerk is eenvoudig en stijlvol: een zaalkerk met de preekstoel uit de 17e eeuw tegen de achterwand. Oorspronkelijk stond de preekstoel ongeveer 4 meter naar voren tegen een rechte wand, waarachter de consistorie was met de twee schuine wanden, waarin toen ramen zaten. Dat is aan de buitenkant in de muren nog te zien. In de tweede helft van de 19e eeuw heeft men de kerkruimte vergroot door de oude consistorie bij de kerkruimte te trekken en een nieuwe consitorie aan te bouwen.

 

Tijdens de oorlogen en bezettingen in de 18e en 19e eeuw is de kerk regelmatig gevorderd door de bezetters en ge­bruikt als voorraadschuur, stal of bergplaats. De banken en de preekstoel werden er dan uitgebroken en het noodzakelijke onderhoud van de kerk bleef achterwege.

In 1839 werd een subsidie verkregen van de Belgische regering en de provincie Limburg voor restauratie van de kerk. Er werden 16.000 nieuwe leien geleverd om het dak te repareren en de banken in de kerk werden vervangen. Er waren twee timmerbedrijven in Gennep: één van Johannes Minor en één van zijn broer Frederik. Aan wie moest men dit karwei gunnen? Zoals het een christelijke kerk betaamt werd er voor een compromis gekozen, een Salomonsoordeel: Frederik Minor kreeg een contract voor het maken van zeven nieuwe banken aan de rechterkant en broer Johannes een contract voor zeven nieuwe banken aan de linkerkant met de bedinging dat die identiek moesten zijn aan die van zijn broer Frederik. De banken zijn na de Tweede Wereldoorlog gerestaureerd.preekstoel

 

 Preekstoel

In de kerk staat een preekstoel met fraai houtsnijwerk uit begin 1700; in de Tweede We­reldoorlog is hij beschadigd, maar kon gelukkig hersteld worden. Grote delen van de kansel zijn origineel.Op de kansel ligt een Staten­bijbel, een uitgave van uitgeve­rij Elze­vier uit Leiden, uit 1663, geschonken door me­vrouw Van Wessingh in 1724.

kroon 18bb 

Kaarsenkronen

In het midden van de kerk hangen twee kaarsenkro­nen, de voorste is uit 1671, de achterste is een replica van de in de Tweede Wereld­oorlog verwoeste kaarsenkroon.

 

Graven

Direct rechts bij binnen­komst in de kerkruimte staat een doodpaal uit 1607, een rechtop staande grafsteen met een wapen. Het is on­bekend van wie. De vloer in de kerk is belegd met oude plavuizen uit de 17e eeuw. Diverse vloerte­gels hebben merkte­kens, veelal het “pax” teken, een “D” of een “F”, als aanduiding dat zich daaronder een graf bevindt.

 

grafzerk 8aDirect voor de preekstoel bevindt zich een groot graf, waarin Johan von Berghsum (1720) en zijn vrouw Gertruidt (1716) be­gra­ven zijn. Johan von Berghsum was rechter en een hoge politiefunctionaris, in dienst van de keurvorst van Brandenburg, aange­steld over de hele regio. Hij was getrouwd met Gertruidt Haes­baert, barones van Heijen. Zij was naaste familie van advocaat en burgemeester van Kleve, Johan Haesbaert.

Johan von Berghsum en zijn vrouw hebben veel voor de protestantse kerk betekend: zij speelden een grote rol bij de fonds­wer­ving en re­alisatie van de aanschaf van de klokken en Johan was lange tijd kerkrentmeester.

Op de grafzerk staat linksboven het wapen van Von Berghsum en rechtsboven een springende haas, het wapen van de fa­milie Haesbaert. Het graf wordt gekroond met een kroon als teken van hoge adel. De tekst op de steen is uit de LutherBijbel en wel de 2e brief van Paulus aan de Korintiërs, hoofdstuk 5 vers 1-2.

                                                                                                              

graftegelTot 1750 zijn er regelmatig mensen in de kerk begraven. Het kostte veel geld en daarom was dit eigenlijk alleen aan rijke mensen voorbehouden. In het begrafenisreglement uit 1682 staat “voor een enkele Erfgroeve in de Kerke zullen aan de Kerke betaalt worden 5 Rijksdaalders, voor een dob­bele waarin twe kisten neffens malkan­deren staan konnen 10 Rijksdaalders. Voor een enkele Erfgroeve op den Kerk-Hof zullen betaalt worden 1.5 Rijksdaal­der”. Een predikant verdiende in die tijd 50 Rijksdaalders per jaar! De school­meester was degene die alles regelde en daarvoor ook nog betaald moest worden.

Na 1750 begroef men de mensen op de be­graafplaats rond de kerk. Er liggen nog drie grafstenen uit het begin van de 19e eeuw in de tuin van de kerk.

In 1850 kocht de kerk een stuk land aan de Nijmeegse weg, de huidige protestantse begraafplaats in Gennep.

 

 

Ramen

raam 1-1raam 4raam 5raam 6De kerkramen hebben een ronde boog, passend bij de vroegbarokke stijl. Buiten zijn zij versierd met witte groefsteen en gele
mergelsteen. Aan het model van de ramen is niets veranderd sinds 1663. Na de vele oorlogen en bezettingen in de 18e en eerste helft van de 19e eeuw moesten de ramen worden gerestaureerd. Er werden tekeningen gemaakt in 1840, maar het duurde tot 1853 voor men het geld bijeen had om de restauratie uit te voeren. In de Tweede Wereldoorlog zijn de meeste ruiten ge­broken. Bij de restauratie na de oorlog hebben de ramen in de voorge­vel hun originele indeling gehouden, die in de zijgevels hebben een grotere vakverdeling ge­kregen.

Ter gelegenheid van het 300-jarige bestaan van de kerk in 1963 zijn gravures in de ruiten aangebracht door glazenier Jaap van Staveren uit Dordrecht.

 

 

raam 2-1raam 3De raamgravures aan de rechterkant bij binnenkomst verbeel­den symbolen en teksten voor Advent en Kerst­feest (raam 1), lij­den en sterven van Christus (raam 2), Pasen en Hemel­vaart (raam 3).

Aan de linkerkant zijn Christe­lijke sym­bolen te zien: de Griekse letters chi-rho ofwel Christusmono­gram; alpha en omega, de eerste en laatste letter van het Griekse alfabet, symbool van God’s almacht; de vis als teken van het Griekse woord ichtus, het symbool voor christen zijn (raam 1); Pinksteren en de kaars als symbool van het licht der wereld dat de kerk moet zijn ( raam 2); stromend water als teken van de doop; brood en beker voor avondmaal en het Hugenotenkruis als sym­bool van het protestantisme (raam 3).

Het Hugenotenkruis dateert uit de 17e eeuw en is waar­schijnlijk ontworpen door edelsmid Maystre in Nimes in Frankrijk in 1688. Het Hugenotenkruis bestaat uit een Mal­tezerkruis (een geestelijke ridderorde uit de middeleeu­wen), waarvan de armen onderling verbonden zijn door een krans van vier lelies of harten, symbolen van reinheid en trouw. De krans verwijst ook naar de doornenkrans van Christus. De acht uiteinden van het kruis hebben ieder een parel, symbool voor de acht zaligsprekingen van de Berg­rede. De 12 punten die het gehele kruis heeft verwijzen naar de 12 artikelen van de apostolische geloofsbelijdenis. Onderaan het kruis hangt een duif, symbool van vrede en van de Heilige Geest.

 

Het Orgel en de Familie Von Neukirchen

wapen in kerkEr was al sinds het begin van de 16e eeuw een hechte band tussen de protestantse gemeente in Gennep en de familie Von Neukirchen. Arnold von Neukirchen, genaamd­ Nievenheim, was in de 17e eeuw hofmaarschalk in dienst van de Keurvorst van Branden­burg en had als jachtmeester het opzicht over het gehele jachtdis­trict in het hertogdom Kleef. Bovendien was hij gerechtelijk be­stuurder over de ste­den Goch en Gennep. De familie woonde op het Huis Driesberg bij Kessel aan de Niers.

De Von Neu­kirchens hadden een eigen bank in de kerk met hun fa­mi­liewa­pen. Dit wapen is be­waard ge­bleven in de Tweede We­reld­oorlog en hangt nu bo­ven de binnen­deuren van de kerk.

 

Wolter, de kleinzoon van Arnold von Neukir­chen, was officier in Neder­landse dienst. Hij diende eerst onder Stadhouder Willem III (die in 1689 koning van Enge­land en Schot­land werd) en daarna onder Johan Willem Friso van Nassau. In 1703 trouwde Wolter met de 20-jaar jongere Albertina Tengna­gel, een dochter van gene­raal ma­joor Tengnagel, eveneens een ca­valerist in het leger van de Oranje-Nassaus. Ze schonken ter gele­genheid van hun huwelijk een or­gel aan de Protestantse Kerk in Gennep. Wolter stierf in 1726, zijn vrouw in 1745. Beiden werden in de kerk begraven. orgel

Het heeft enige jaren geduurd voordat het ontwerp van de orgelgalerij en het oksaal, de scheidingswand achter in de kerk waar bovenop de orgelga­lerij moest komen, klaar was. De bouw ervan werd extra vertraagd door de kosten die men moest ma­ken om de toren te repareren na de blikseminslag in 1712. In 1714 was de orgelgalerij klaar en in 1715 is het orgel geplaatst. Het werd gesierd met houten lofwerk en twee engelen. orgel 1928Oorspronkelijk stond het orgel achter de balustrade (links) en zat de orga­nist met zijn rug naar de kerk. Het onderhoud van het or­gel vroeg veel aandacht.

In 1760 al werd Thomas Marant gevraagd het orgel te repareren, enkele pijpen te vervangen en op stem te brengen. In de eeuwen daarna is het orgel diverse malen gereno­veerd, vooral na de Franse overheersing toen de kerk als paardenstal was gebruikt.

In de tweede helft van de 19e eeuw is het orgel verbouwd en is het klavier naar de huidige plaats gebracht, waarbij de organist toen wel in de kerk kon kijken en direct contact kon hebben met de pre­dikant.

 

In de Tweede Wereldoorlog is het orgel onherstelbaar beschadigd door het bombardement op Gennep, waarbij de orgelgalerij door een voltreffer werd geraakt. Na de oorlog is het huidige orgel opgebouwd door de firma Spanjaard uit Amsterdam met nog bruikbare onderdelen van het oude orgel en delen van andere oude or­gels. De nieuwe kast werd opgebouwd met de­len van een oude orgelkas uit Eemnes. Daarbij is het orgel geïnte­greerd in de galerij en de originele balustrade onderbroken. Een aantal pijpen, de enge­len en het lofwerk zijn nog origi­neel uit 1715.

Bij de restauratie in 2006 is het orgel geheel gereviseerd door orgelbouwer Nico van Duren uit Maren-Kessel. De kromhoorn is toen vervangen door een bourdon.

 

orgelpijpen
Het orgel heeft 762 pijpen, van 12 mm tot 2 m grootte. Het orgel kent drie verschillende systemen:

Klavier 1 is diatonisch opgebouwd, de langste pijpen staan in het midden en de toonafstanden tussen de pijpen van het midden tot aan de zij­kanten van de lade zijn hele tonen.

Klavier 2 is een chromatische lade, waarbij de langste pijpen rechts staan en de toonafstanden, waar de kleinste pijpen staan, halve tonen zijn.

Het pedaal is volgens het 'unit' systeem gebouwd met een lange rij pij­pen met verschillende registers.

Het orgel heeft 11 sprekende stemmen: zes op het benedenklavier, vier op het bovenklavier en één op het (vrije) pedaal.

De dispositie is:

Klavier 1: prestant 8', holpijp 8', octaaf 4', quint 2 2/3', octaaf 2', mixtuur

Klavier 2: gamba 8', roerfluit 4, woudfluit 2', bourdon 8'

Pedaal: subbas 16', gedekt 8', octaafbas 8', koraalbas 4 '.

 

Login Form

November 2018
Z M D W D V Z
28 29 30 31 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 1