Geschiedenis Protestantisme

Gennep/Noord-Limburg

Vroege hervormers

norbertusBingenFranciscus

 Petrus ValduzWycliffJan Hus

Jan Hus

 

Jan Hus werd geboren in 1369 in een klein dorp in Bohemen. Op 16-jarige leeftijd ging hij naar de universiteit in Praag, studeerde letteren en filosofie, werd rector van de faculteit filosofie in 1400 (27 jaar oud!), het jaar waarin hij ook als priester werd gewijd. Twee jaar later werd hij rector magnificus van de universiteit van Praag. Deze universiteit is één van de oudste in Europa, gesticht door keizer Karel IV van Bohemen.

Hus ging wekelijks voor in de kerkdienst in de Bethlehemkapel in Praag. Hij was een boeiend prediker en sprak de mensen van hoog tot laag aan, vooral omdat hij in het Tsjechisch preekte en niet in het Duits.

Karel IVHus was een nationalist en had grote moeite met de inlijving van Bohemen bij het grote Duitse rijk; de bevolking voelde ook dat als een bezetting. Als rector magnificus nationaliseerde hij de universiteit van Praag. Koningin Sophie van Bohemen, de vrouw van Wenceslaus IV benoemde hem tot hofkapelaan. De Tsjechen waren dol op hem.

Jan Hus was een groot bewonderaar van John Wycliff, Engels theoloog, hoogleraar in Oxford, die leefde van 1330-1384. Voor John Wycliff was de bijbel de grondslag voor het geloof en de enige norm voor het leven. Hij vond dat Gods woord in de volkstaal verkondigd moest worden; hij geloofde in één algemene christelijke kerk en verwierp het toenmalige wereldlijke gezag van priesters en paus.
John Wycliff vertaalde de bijbel in het Engels en schreef vele wetenschappelijke artikelen. In 1382 werden zijn werken verboden en werd in de ban gedaan. In 1384 stierf hij aan de gevolgen van een beroerte.

 

Universiteit PraagJan Hus had in zijn studententijd de Engelse bijbel van Wycliff voor de bibliotheek moeten kopiëren en maakte zo kennis met diens denkbeelden. Evenals Wycliff hekelde Jan Hus de vriendjespolitiek in de kerk, de corruptie, de handel in aflaten en relikwieën en bekritiseerde de wereldlijke macht van de paus.

 

Tjechiche bijbelJan Hus vertaalde de gehele bijbel in het Tsjechisch en schreef vele artikelen. In 1409 werd hij door de aartsbisschop van Praag geëxcommuniceerd en in 1412 sprak de paus de banvloek over hem uit. Aan de bewoners van Praag en omstreken werd opgedragen om Jan Hus te mijden, hem geen vlees en drinken te geven, niets van hem te kopen of aan hem te verkopen en hem alle gastvrijheid te weigeren, dit alles onder dreiging van excommunicatie. Desondanks bleef Jan Hus preken en zijn kerk zat vol; hij voelde zich beschermd door de bevolking en door de koning Wenceslaus IV, die weigerde hem gevangen te zetten.

 

Verraad keizer SigismundDaarop kreeg hij het verzoek zijn zaak uit te leggen aan het Concilie van Konstanz in 1414, waarbij hem vrijgeleide werd beloofd door de Duitse keizer Sigismund, broer van koning Wenceslaus. Daar aangekomen werd Jan Hus toch gevangen gezet door de toenmalige paus. In een half jaar durend proces werd hem ketterij verweten en geëist dat hij zich zou dis tantiëren van alles wat hij ooit geschreven had. Dat weigerde Hus en daarop veroordeelde het Concilie hem tot de brandstapel.

In afwachting van de voltrekking van het vonnis profeteerde hij: “Jullie zullen nu een gans braden (“hus” is het Boheemse woord voor gans) maar over 100 jaar zal een zwaan opstaan die jullie niet kunnen tegenhouden, zo God het wil”.

BrandstapelIn 1415 werd Jan Hus op de brandstapel gezet. Op zijn hoofd had hij een witte papieren muts waarop twee duivels getekend waren met daartussen het woord 'Heresiarcha' (ketter). Zijn as werd in de Rijn geworpen.

 

Een zwaan symboliseert in diverse culturen trouw, genezing en zuiverheid en de kracht zich boven het alledaagse, de lelijke en verdrietige dingen, uit te werken.
Ruim 100 jaar later (1517) stuurde Luther zijn beroemde 95 stellingen naar aartsbisschop Albrecht van Mainz en bisschop Hieronymus van Brandenburg. Deze stellingen werden een paar maanden later gedrukt en algemeen verspreid, ze vonden grote bijval want ze verwoordden vele vragen en de ontevredenheid die onder de bevolking leefden. Luther was zeer geïnspireerd door Hus. Hij had al zijn werken gelezen en ze van verklaringen en introducties voorzien.

KaarsEr zijn prenten uit de 16e eeuw waarop Wycliff staat die met een vuursteen een vonk maakt, waarmee Hus een kaars aansteekt, die Luther gebruikt om een vreugdevuur te maken.

Luther voelde zich aangesproken door de profetie van Jan Hus en velen zagen in hem de zwaan die Jan Hus had bedoeld. Vanaf het begin van zijn optreden in het openbaar is Luther op munten en in gravures en geschriften met een zwaan afgebeeld. Op de lutherse kerken prijkt meestal een zwaan in plaats van een haantje.

 

Spreuk

 

 

 

 

 

 

Petrus Valduz

In 1173 gaf Pierre Waldo, een rijke koopman uit Lyon in Frankrijk, al zijn bezittingen aan de armen en werd een reizende armoedeprediker. Hij riep op om net zoals Jezus en zijn apostelen rond te trekken om de goede boodschap te brengen. Hij was toen 33 jaar. Zoals met veel bekeerlingen is ook in zijn levensverhaal de verschijning van een engel en een blikseminslag waaraan hij ternauwernood ontsnapte die hem deden realiseren dat hij zich op de verkeerde weg bevond. Peter noemde zich vanaf dat moment Petrus Valduz en trok met zijn volgelingen (mannen en vrouwen) al predikend naar het zuiden van Frankrijk, richting Albi in Occitanië, een bergachtige streek die grenst aan Spanje en Italië. Dat was ook het land van de Katharen, eveneens een beweging in de 12e eeuw die protesteerde tegen de macht en rijkdom van de rooms-katholieke kerk, de politieke inmenging van de kerk in vele staatszaken en zich de enige ware christelijke kerk noemden.

 

OccitanieWaldenzen wapenDe Katharen waren tegen de kinderdoop, zij vierden het heilig avondmaal met brood en wijn, maar geloofden niet dat daarin het lichaam en bloed van Jezus Christus waren. Zij erkenden geen middelaren zoals priesters en heiligen tussen God en mens en verwierpen kruisen en religieuze beelden die volgens hen gemakkelijk tot afgoden zouden kunnen verworden. Ook het vereren van heiligen en overledenen werd afgedaan als goddeloos. De naam Katharen betekent 'zuiveren', maar zelf noemden zij zich christenen. Naast God als de enige almachtige geloofden zij dat het kwaad op de aarde van de duivel kwam. God was goed en kon niet verantwoordelijk zijn voor al het kwaad op aarde. Deze opvatting werd door de rooms-katholieke kerk uitgelegd als dualistisch, het geloven in God en Satan en dat was een doodzonde.

Vele van de kathaarse opvattingen moeten Petrus Valduz hebben aangesproken. Petrus liet de Bijbel in het Occitaans vertalen, de lokale landstaal en predikte ook in de volkstaal. Zijn boodschap was dicht bij de Bijbel blijven en die als enige leidraad in het leven te houden, sober te leven, militaire dienst te weigeren en geen eed af te leggen in wereldse zaken. Hij geloofde niet in aflaat, betaalde missen voor gestorvenen of het vagevuur. Daarvoor vond hij geen grond in de Bijbel.

Zijn preken en opvattingen brachten hem direct in conflict met de kerk, niet alleen omdat hij de rijkdom van de kerk en kerkvorsten hekelde, maar vooral omdat het preken door leken verboden was en zeker voor vrouwen. Volgens de geldende kerkelijke regels mochten armoedepredikers alleen in kloosters leven, mannen en vrouwen gescheiden. Wie dat niet deed was een ketter. Ketters werden gevangen genomen, geëxcommuniceerd en verbrand.

 

Bloedbad MeridolDe beweging van Petrus Valduz vond steun bij de lokale bevolking en de arme adel en had aanhang in heel Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. In 1184 werden de Waldenzen geëxcommuniceerd en sindsdien hevig vervolgd. Petrus verdeelde zijn volgelingen in kleine zwervende groepen die zich door heel Europa verspreidden en kleine kernen oprichtten. Overal waar zij kwamen moesten zij vluchten voor de inquisitie en doken zij onder, vaak in onherbergzame bergachtige streken. In 1488 werd zelfs een kruistocht tegen hen georganiseerd. Tot in de 19e eeuw is hun geschiedenis is er één van wreedheden, bloedbaden, massagraven, kinderen die ontvoerd worden door soldaten en priesters, martelingen en statenloosheid.

Tijdens de Reformatie zocht een deel van de Waldenzen aansluiting bij de Zwitserse protestanten van Calvijn, maar vele andere, met name de Franse Waldenzen moesten tijdens de godsdienstoorlogen in de 16e en 17e eeuw vluchten en kwamen met de grote vluchtelingenstromen mee naar Saksen en het Rijnland. In de regio Gennep hebben zich toen ook Waldenzen gevestigd.
waldenzen kinderenVeel Waldenzen zijn in de 17e eeuw naar Noord-Amerika en later ook naar Zuid-Amerika gevlucht.
In 1848 kregen de Waldenzen godsdienstvrijheid in Europa en werd hun staatsburgerschap gegund.

 

Op dit moment wonen de meeste Europese Waldenzen (22.000 leden) in de bergen en afgelegen dalen van Piemonte in Noord-Italië en in Calabria (Zuid-Italië). In sommige streken van Zuid-Frankrijk (Gard) zijn nog kleine groepen Waldenzen en schuilkerkjes te vinden.

Petrus Valduz stierf in 1218, waarschijnlijk op de vlucht ergens in Duitsland. Hij is nooit gevangen genomen.
In 2015 heeft paus Franciscus in naam van de rooms-katholieke kerk tijdens zijn bezoek aan de Waldenzen gemeente in Turijn vergeving gevraagd voor de eeuwenlange vervolgingen die hij onchristelijke en onmenselijke acties noemde.

waldenzen kerk

 

 

 

 

 

John Wycliff

(1320 -1384)

 

John WycliffJohn Wycliff werd rond 1320 geboren in Hipswell, een klein dorp in het noorden van Yorkshire in Engeland. Na zijn lagere- en middelbare schooljaren studeerde hij filosofie en theologie in Oxford. Bepalend voor zijn latere opvattingen waren het contact met de aartsbisschop van Canterbury Thomas Bradwardine en de pestepidemie die in 1348 Engeland bereikte. Thomas Bradwardine had een commentaar geschreven over de Britse monnik Pelagius (5e eeuw na Christus), die vrije wil predikte en erfzonde en uitverkiezing verwierp. Dat was recht tegen de opvatting van kerkvader Augustinus die ervan uitging dat een mens van oorsprong zondig is en alleen door de genade van God tot goede werken in staat is.

 

De pest die vanaf 1348 in Engeland woedde werd gezien als de straf van God voor de zondige mens. De sterfte aan pest onder de priesters en studenten was erg hoog. Vaak waren degenen die de priesters vervingen onopgeleid en onbekwaam. Rivaliteit, ruzies, omkoperij om baantjes in de kerk te krijgen, de rijkdom en invloed van de clerus op de politiek waren voor John tekenen aan de wand. Hij geloofde in die tijd dat het einde der tijden nPest in Londenabij was.

 

In de jaren daarna werd Wycliff hoogleraar theologie in Oxford. Hij stelde dat de Bijbel de enige richtlijn in het leven was, dat de relatie God - mens persoonlijk is en dat God de enige is die genade kan uitdelen aan de zondige mens. Voor hem betekende dat vanzelfsprekend dat priesters dat niet konden doen. Dat bracht hem het eerste conflict met de bestaande clerus.

Voor hem was de Kerk de gemeenschap van mensen die naar Gods woord in de Bijbel leefden en niet het instituut dat bestuurd werd door een paus en geestelijken die de pretentie hadden te heersen over allen, wereldlijke macht hadden en zich met de politiek bemoeiden. Dat noemde hij onchristelijk en voor hem was de paus de antichrist. De aflaathandel vond hij goddeloos, die was in strijd met zijn overtuiging dat alleen God kon vergeven en genade schenken. De kerk mocht volgens hem ook geen bezit hebben. Wat zij bezat moest aan de oorspronkelijke eigenaren worden terug gegeven. Dat leverde hem heel wat vrienden onder de rijke adel en grootgrondbezitters op. Dat werd hem echter niet in dank afgenomen door de geestelijkheid.

 

Uiteraard verwoordde Wycliff zijn opvattingen in diverse boeken. Gesprekken met paus Gregorius XI in 1377 die zijn 'dwalingen' ketters vond en hem wilde dwingen zijn boeken te herroepen, liepen op niets uit.

Wycliff ginOxford universiteitg nog verder en veroordeelde het celibaat, de betalingen bij boetedoening in de kerk, het bidden tot heiligen en pelgrimages naar 'heilige' plaatsen. Hij vond daarvoor geen grond in de Bijbel. In die zin was hij een voorloper van Luther en Calvijn.

Wycliff vond dat de Bijbel toegankelijk moest zijn voor iedereen en vertaalde daarop de Bijbel in het Engels.

 

In 1378 werd Wycliff verbannen uit Oxford en daarna werd hij 34door paus Urbanus VI gesommeerd naar Rome te komen om te verschijnen voor een kerkelijke rechtbank. Wycliff bijbelWegens zijn slechte gezondheid is Wycliff niet naar Rome gegaan. Vier jaar later werd hij door een Synode in Londen als ketter veroordeeld tot de doodstraf op de brandstapel. Invloedrijke vrienden konden de uitvoering daarvan verhinderen. In 1384 stierf Wycliff een natuurlijke dood en werd begraven in Lutterworth, een dorp in Leicestershire.

Zijn boeken werden verboden en veel van zijn werk is zelfs publiekelijk verbrand. Ruim 30 jaar later, in 1415, veroordeelde het Concilie van Konstanz hem als ketter en gaf opdracht zijn stoffelijk overschot op te graven en alsnog te verbranden. Dat gebeurde tenslotte in 1428. De as werd in de rivier gestrooid.

Verbranding wycliffs resten

 

 

 

 

 

 

Hildegard von Bingen

(1098 - 1179)

 

BingenHildegard was een hoogbegaafde vrouw, die beroemd werd door haar composities en visioenen. Zij was echter ook een belangrijke hervormster die de rijkdom en de praktijken van de toenmalige kerk hekelde en opriep tot verandering.

 

De rol van de vrouw als kerkhervormer wordt nauwelijks belicht in de meeste overzichtsartikelen. Ze waren er echter wel. Eén van hen was Hildegard von Bingen, die bekend werd door haar muziek, maar die veel meer in haar mars had.
Hildegard werd in 1098 geboren als 10e kind van de graaf van Bermersheim, een kleine plaats ten zuiden van Mainz. Op haar achtste jaar werd ze naar de kloosterschool gestuurd en bleek een goede leerling. Ze leerde lezen en schrijven, studeerde Latijn, literatuur, filosofie, muziek en plantkunde.

 

Columba aspexitOp haar 15e jaar trad ze definitief in het klooster in, een vrouwelijke dependance van het Benedictijnerklooster in Disibodenberg, niet ver van Bad Kreuznach. Op 36-jarige leeftijd volgde ze daar de abdis op en ontplooide zich als een zeer zelfstandige leidster. Met haar mannelijke collega, de abt van het Benedictijnerklooster kon ze het absoluut niet vinden en ze besloot een eigen klooster in Bingen te stichten, dat al heel snel zeer populair werd. In die tijd schreef Hildegard commentaren op Bijbelteksten, boeken over filosofie, geneeskunde en begon te componeren. In totaal zijn 80 composities van haar bewaard gebleven. Vele daarvan worden ook nog in onze tijd uitgevoerd.

 

plantkundeboekHildegard schreef boeken over plantkunde en geneeskunst, maar het meest bekend zijn haar boeken met de visioenen. Als kind had ze al dromen en visioenen. In haar eerste klooster werd daar weinig aandacht aan geschonken, werd het zelfs ontkend, maar na haar 40ste jaar begon zij ze op te schrijven. Haar boeken zijn geïllustreerd met prachtige miniaturen, in het klooster getekend door onbekende kunstenaars. De visioenen zijn heel kleurrijk, lijken deels op die in het boek Openbaringen, maar zijn vooral ook eigentijds. Ze laten beelden zien over de strijd tussen goed en kwaad, de relatie mens - God - duivel, aarde en hemel, en roepen op tot gelovige en eerlijke mensen te zijn.

Hildegard legde haar visioenen zelf uit in haar eerste boek Scivia. Ze stelde dat de mens een vrije wil en verstand is gegeven en dat die gebruikt moeten worden om de juiste keuzes in het leven te maken. In haar tweede boek Liber vite meritorum (boek der deugden) hekelde ze de rijkdom van de rooms-katholieke kerk, de ontucht, het zedelijk verval en het hebzuchtige gedrag van priesters. Visioen 2Ook de grillige besluitvorming van de hoge geestelijkheid stelde ze aan de kaak. Hierdoor werd volgens haar de kerk van binnenuit bedreigd: de hellende kerk die alleen met zelfoverwinning, kracht, wijsheid en rechtvaardigheid weer overeind kon komen. Daarvoor waren hervorming en boetedoening noodzakelijk.
Hildegard predikte dat geloof en vertrouwen in God en de Bijbel de enig juiste grondslagen waren om een goed Christen in kerk en maatschappij te zijn. Ze benadrukte dat men van daaruit vrij en gelukkig kon leven en dat moest de boodschap zijn die de kerk te brengen had.

 

Hellende kerkIn haar tijd was ze zeer bekend en hield ze regelmatig lezingen in andere kloosters en steden en daarbij schuwde ze de confrontatie met vorsten en hoge geestelijkheid niet. Gevraagd en ongevraagd diende zij hen van advies en wees hen in vele brieven op hun plichten. Ze was fel gekant tegen het heersende antisemitisme en veroordeelde de kruistochten. Daarmee kwam ze in conflict met Bernard van Clervaux, een belangrijke Franse theoloog die in 1146 de Tweede (mislukte) Kruistocht organiseerde. Frederik Barbarossa, keizer van het Heilige Roomse Rijk, werd door haar gefeliciteerd bij zijn kroning in 1152 met de heilwens dat vrede in zijn rijk zou aanbreken. Teleurgesteld schreef Hildegard hem een aantal maanden later: "pas op, almachtige vorst, koning, uw ogen zijn blind en zien niet dat de scepter in uw hand bedoeld is voor gerechtigheid".
Hildegard stierf op 81-jarige leeftijd in 1179. Zij werd in 2012, ruim 830 jaar na haar dood heilig verklaard.